Beroep tegen omgevingsvergunning KRO terrein

Aan de leden van Albertus Perk

Graag informeren wij u over de laatste ontwikkelingen rond het KRO-eiland. . Samen met twee andere erfgoedorganisaties stappen wij naar de bestuursrechter inzake het KRO- complex.
Dit is – menen wij – de eerste keer dat Albertus Perk een zaak aanhangig maakt bij de bestuursrechter.

Zie verderop voor het volledige beroep tegen de omgevingsvergunning van het KRO terrein.

Daarmee komt zij op voor een rijksmonument en de directe omgeving daarvan.
Omdat we de stap gezamenlijk met de Bond Heemschut en de Stichting ‘het Cuypersgenootschap’ zetten kunnen de kosten beperkt blijven. Het Bestuur doet dit niet zo maar. Noch de Gemeente noch de projectontwikkelaar hebben een antwoord kunnen geven op onze kritische vragen.

 

Albertus Perk en twee landelijke erfgoedorganisaties stappen naar de rechter

De erfgoedorganisaties Bond Heemschut, Stichting het Cuypersgenootschap en de Hilversumse Historische Kring hebben bij de Rechtbank te Utrecht beroep aangetekend tegen de onlangs afgegeven vergunning voor de vernieuwing van het KRO-complex aan de Emmastraat te Hilversum.

Het KRO-complex heeft grote monumentale waarde, belangrijke onderdelen hebben de status van rijksmonument. De voorgestelde plannen staan sloop toe van een groot deel van dit rijksmonument. De gemeente stelt dat de sloop van de studio “onafwendbaar” is. Daar gaan de erfgoedorganisaties niet mee akkoord. Zij constateren dat geldige argumenten ontbreken voor deze ‘onafwendbaarheid’.

Op een beperkt terrein wil de projectontwikkelaar een groot aantal woningen en een parkeergarage realiseren. Daarvoor is de sloop van een flink deel van het monument nodig.. Iedereen begrijpt dat hoe meer appartementen gebouwd worden hoe groter het profijt zal zijn. Echter, noch de gemeente noch de projectontwikkelaar geven inzage in de reële onderbouwing van het plan. Er is dan ook voor de erfgoedorganisaties geen reden om zich neer te leggen bij sloop. Zij worden daarbij gesteund door het negatieve advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en van het onafhankelijke Monumenten Advies Bureau uit Nijmegen.

Al veel langer hebben verschillende organisaties tevergeefs bezwaren ingediend tegen de plannen. En niet alleen de erfgoedorganisaties hebben beroep aangetekend. Diverse omwonenden hebben ook de stap naar de rechtbank gezet. Het gaat immers niet alleen om de aantasting van een monument, maar ook om een mooi stukje Hilversum waar lucht en groen niet verdrongen mogen worden door een overladen woningbouwproject.

Hierbij de volledige brief met ons beroep tegen de omgevingsvergunning van het KRO terrein.

Aan de Rechtbank Midden-Nederland

Sector Bestuursrecht
Postbus 16005
3500 DA Utrecht

A A N T E K E N E N 

Hilversum, 4 maart 2016

Betreft:
beroep inzake de omgevingsvergunning voor
het KRO-terrein, Emmastraat 50 te Hilversum
(kenmerk gemeente 231023)

Geachte heer/mevrouw,

De Hilversumse Historische Kring Albertus Perk, de Erfgoedvereniging Bond Heemschut en de Stichting het Cuypersgenootschap maken bezwaar tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor het KRO-terrein, Emmastraat 50 te Hilversum. 

Per brief van 9 november 2015 hebben de bovengenoemde organisaties bij het college van B en W van de gemeente Hilversum een zienswijze ingediend op de Ontwerpbeschikking omgevingsvergunning KRO-terrein en bijbehorende stukken. Het betreft de aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van 85 levensloopbestendige woningen met een ondergrondse parkeergarage. De vergunning wordt verleend voor de activiteiten: het gedeeltelijk slopen en veranderen van een rijksmonument, bouwen en gebruik, het vellen van bomen en het aanleggen van een uitrit. Middels haar schrijven van 27 januari jongstleden heeft de gemeente Hilversum laten weten ondanks onze zienswijze toch een vergunning te verlenen voor de plannen. Vanaf 28 januari hebben wij zes weken de tijd om beroep in te dienen tegen dit besluit van B en W. Door middel van deze brief doen wij dit. Wij zijn van mening dat de argumenten zoals naar voren gebracht in de zienswijze nog onverkort van kracht zijn.

De Hilversumse Historische Kring Albertus Perk, de Erfgoedvereniging Bond Heemschut en de Stichting het Cuypersgenootschap hebben in de afgelopen jaren reeds vele malen hun zorgen over de plannen met het KRO-terrein aan de gemeente kenbaar gemaakt. Het KRO-terrein is een unieke cultuur-historische locatie in Hilversum. Een dergelijke locatie verdient een op alle planonderdelen uitmuntend ontwerp.

Overladen programma

In onze ogen zijn de voorgestelde plannen een fundamentele aantasting van een uniek rijksmonument, gelegen in een cultuurhistorisch waardevolle omgeving. Ons beroepschrift concentreert zich op dit aspect van de plannen, dat wil zeggen op de sloop van de rijksmonumentale studio en de daaruit volgende aantasting van de omgeving van het te behouden gedeelte van het rijksmonument, gelegen in een historische villawijk. In reactie op onze zienswijze stelt het college dat de sloop “onafwendbaar” is. Het ontbreekt echter aan een sluitende en overtuigende motivering voor deze onafwendbaarheid.

Met dit plan verdwijnt een zeer belangrijk gedeelte van het monument. Dat vereist een zeer zorgvuldige belangenafweging.

Het duurzaam transformeren van een cultuurhistorisch waardevolle locatie vergt een daarop afgestemde en onderbouwde invulling. Kernprobleem in onze ogen is het overladen woonprogramma. In de plannen waarvoor de gemeente Hilversum vergunning wil verlenen  worden op een (te) beperkt terrein  een (te) groot aantal woningen gerealiseerd. De oplossing van het daaruit voortvloeiende parkeerprobleem wordt gevonden in de realisatie van een ondergrondse parkeergarage, waarvoor de sloop van een deel van het rijksmonument noodzakelijk is. Het overladen programma is uiteindelijk de enige reden waarom de studio en andere waardevolle elementen op het KRO-eiland dienen te verdwijnen. Omdat noch door de gemeente noch door de betrokken projectontwikkelaar  inzage wordt gegeven in de  onderbouwing van de programmaopbouw, hebben zij de schijn tegen, dat niet een plan, dat zo veel mogelijk recht doet aan de situatie het doel is, maar winstmaximalisatie door het realiseren van een zo groot mogelijk aantal appartementen.

Strijdigheid met het bestemmingsplan

In de zienswijzennota die behoort bij de ontwerpbeschikking erkent het College dat er sprake is van enige strijdigheden met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan stelt duidelijk dat het College beslissingsbevoegd is om zekere overschrijdingen toe te laten, mits zij aantoont dat deze overschrijdingen geen negatieve invloed op de monumentale waarden van het complex hebben. Deze motivering  ontbreekt in de zienswijzennota voor alle punten van strijdigheid met het bestemmingsplan.

Het ontbreken van een dergelijke motivering vormt zelf overigens een strijdigheid met het bestemmingplan.

Als voorbeeld de overschrijding van de maximale bouwhoogte van gebouw B. Het College stelt: “ De minimale overschrijding van de bouwhoogte ter plaatse van gebouw [B] betreft een wens vanuit de Commissie Welstand en Monumenten. Vanuit architectonische overwegingen is de dakrand rondom het gehele gebouw B doorgezet. […] toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gebouwen en bouwwerken.”  Hier zou echter gemotiveerd moeten worden waarom de afwijking de monumentale waarden van het complex niet verstoort. Immers grenst dit (deel)gebouw zowel aan het rijksmonumentale als het gemeentelijk monumentale deel van het complex.

Een dergelijke motivering ontbreekt ook bij de overschrijdingen van de maximale bouwhoogtes bij gebouwen CA en CB.

In haar eindoordeel verwijst het College naar het positieve advies van het College van Welstand en Monumenten. In de verslagen van deze commissie ontbreken echter ook de motiveringen waarom deze toegelaten strijdigheden geen negatieve invloed hebben op het behoud van de monumentale waarden.

Het vigerende bestemmingsplan vereist expliciet per toelating van een strijdigheid met het bestemmingsplan een motivering waaruit duidelijk blijkt dat de monumentale waarden, door het toelaten van deze strijdigheid, niet negatief wordt beïnvloed.

Sloop van de studio

Sloop en herbouw van de studio, onderdeel van het rijksmonument, liggen zeer gevoelig. Hoewel er in de loop van de jaren aanpassingen zijn gepleegd aan de studio, gaat het om een markant gedeelte van het complex, waaraan bovendien nog duidelijk de oorspronkelijke functie van het gehele complex is af te lezen. Uit alle onderzoeken blijkt de grote monumentale waarde van de studio. Zonder in een discussie over mooi en lelijk te willen treden, kan gesteld worden, dat een niet onbelangrijk deel van de identiteit van het complex juist in de studio gelegen is. Dit aspect mag wat ons betreft onder geen beding verloren gaan. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)  adviseerde al meerdere malen negatief over de sloop van de studio. Per brief van 8 juli 2015 bijvoorbeeld heeft de dienst aangegeven niet in te stemmen met de voorgestelde sloop van de rijksmonumentale studio. Wel stemt men in met de renovatie van het entreegebouw. Wij onderschrijven het negatieve advies van de RCE betreffende de voorgenomen sloop van de studio. De RCE betoogt in haar advies duidelijk dat de studio een grote monumentale waarde bezit. Men wijst onder andere op de grote architectuurhistorische waarde van het gebouw en de zeldzaamheid van studiogebouwen. De monumentale waarden van het complex gaan met de sloop verloren volgens de RCE. De RCE concludeert dat er geen bouwkundige noodzaak tot sloop van de studio is: herbestemming is bouwkundig gezien goed mogelijk. De sloop lijkt te worden gerechtvaardigd vanuit financiële overwegingen. Verder is de RCE kritisch over het feit dat met eerdere adviezen van de RCE betreffende herbestemming van de studio weinig lijkt te zijn gedaan.

Wij concluderen dat het advies van de RCE veel terechte kritiekpunten bevat. Er zijn geen stukken die laten zien dat herbestemming van de studio niet mogelijk is. Ook bij de definitieve vergunning zitten geen stukken die de onmogelijkheid van herbestemming aantonen. De sloop wordt ingegeven door het programma dat de ontwikkelaar op deze locatie wenst te realiseren. De kritiekpunten uit het advies van de RCE heeft het college niet goed weten te weerleggen. Daarnaast is er weinig tot niets met suggesties uit eerdere adviezen gedaan om toch tot een passende oplossing te komen voor de KRO-studio. Zo ontbreekt het in Hilversum bijvoorbeeld nog steeds aan een integrale visie op het behoud en de herontwikkeling van het studio-erfgoed in Hilversum.

Het aantal monumentale studiogebouwen uit het interbellum is op de vingers van één hand te tellen. Het aantal overgebleven studio-ensembles ook. Sloop van de KRO-studio is een forse aanslag op het historische ensemble en maakt van het te behouden poortgebouw niet meer dan een loos decorstuk. Niet voor niets heeft de Rijksdienst Cultureel Erfgoed laten weten na de sloop van de studio “een nieuwe waardestelling te maken om te bezien of (delen) van het complex als rijksmonument gehandhaafd blijven”. Ook de gevolgen van de sloop van de studio voor het entreegebouw van het rijksmonument heeft de gemeente onvoldoende meegewogen in haar besluitvorming.

Men verwijst telkens naar het feit dat de studio niet meer volledig authentiek is en veel  monumentale waarden verloren heeft omdat na een brand bij herstelwerkzaamheden op grote schaal wijzigingen zijn doorgevoerd. Dit heeft aanwijzing als rijksmonument echter niet in de weg gestaan. Terecht is er vanuit gegaan, dat de studio onlosmakelijk onderdeel vormde van het gehele monumentwaardige complex, inclusief de wordingsgeschiedenis De brand en herstelwerkzaamheden zijn een feit, maar er is nog steeds sprake van een zeer waardevol onderdeel van een rijksmonument. Onafhankelijke adviezen bevestigen dit.

Ruimtelijke en esthetische kwaliteit

De gezamenlijke erfgoedverenigingen willen niet op de stoel van de welstandscommissie gaan zitten.

Wij verbazen ons echter sterk over de grote ommezwaai die de Commissie Welstand en Monumenten begin 2015 maakte in haar oordeel over het plan.

In december 2014 (en eerder) werd het voorliggende plan in niet mis te verstane woorden negatief beoordeeld: “De commissie heeft waardering voor de inspanningen van aanvrager maar is nog steeds teleurgesteld in het resultaat. Het is niet gelukt om met dit drukke programma een plan te maken dat voldoet aan de eisen die de welstandsnota stelt aan dit gebied met bijzonder welstandsniveau.

Het te herbouwen studiogebouw heeft wel de buitenvorm van de studio geheel overgenomen, maar oogt toch als weinig fraai appartementengebouw met een merkwaardige vorm. De panden met de 

villa-uitstraling voldoen aan de zijde van de Julianalaan maar hebben aan de achterzijde door hun massa en vormgeving een te laagwaardige uitstraling. Het hoekgebouw is in de afgelopen sessies aanmerkelijk versimpeld en daardoor verbeterd en maar past toch nog niet goed op deze plek, met name aan de binnenzijde door de korte afstand tot de nieuwe  “studio”, waardoor beide gebouwen niet meer tot hun recht komen. 

De commissie is blij dat nu een groenplan is gemaakt maar zij is van mening dat het inrichtingsplan juist de zwakke plekken van het plan aanlicht en versterkt. Er was sprake van een wel erg vol (bouw)programma voor dit gebied. Het plan mag dan voldoen aan het bebouwingspercentage uit het bestemmingsplan, maar mogelijk door de rangschikking van het geheel staat alles nu boven op elkaar, wat helaas een plan oplevert dat niet voldoet aan de eisen waaraan de commissie ingevolge het door de raad vastgestelde beleid moeten toetsen. (bron Verslag CWM 14-12-2014)

In de hierna nieuw ingediende plannen was er nog steeds “sprake van een wel erg vol (bouw)programma voor dit gebied.”  De Commissie  was duidelijk negatief over de plannen. In 2015 was alles anders. Hoewel de planwijzigingen niet de stedenbouwkundige rangschikking van het geheel, de programma-dichtheid en de bouwvolumes betroffen, maar met name aanpassing van de gevels, werden de plannen goedgekeurd.

De erfgoedverenigingen begrijpen niet dat de –in onze ogen slechts cosmetisch aangepaste- plannen in de loop van 2015 ineens wel op goedkeuring van de Commissie Welstand en Monumenten kon rekenen.

Inspraak en participatie

Ondanks herhaaldelijk aandringen onzerzijds tijdens meerdere overleggen en in de vorm van meerdere brieven heeft de gemeente Hilversum tot op heden niets met onze bezwaren gedaan. Het beeld werd gecreëerd dat er ruimte was voor inspraak en participatie, maar feitelijk was dat niet het geval. Tijdens verschillende bijeenkomsten heeft de ontwikkelaar partijen uitgenodigd om te reageren op de plannen, zonder dat er vervolgens iets met deze reacties is gedaan. Op geen enkel punt is er serieus op onze argumenten en voorstellen voor planaanpassingen ingegaan. Er is niet bekend in hoeverre onderzoek naar herbestemming van de studio heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn initiatieven om tot een groter behoud van de cultuurhistorische waarde te komen bij een lagere programmadichtheid als niet relevant ter zijde geschoven.

Cultuurhistorische effectrapportage

Om onze visie te staven, hebben de gezamenlijke erfgoedverenigingen een onafhankelijk deskundige op het gebied van monumenten gevraagd onderzoek te doen naar de plannen voor het KRO-eiland. Wij brachten de gemeente hierover middels een schrijven van 21-9-2015 reeds op de hoogte.

Het in vakkringen bekende Monumenten Advies Bureau te Nijmegen heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van de plannen voor de aanwezige cultuurhistorische elementen. De cultuurhistorische effectrapportage (CHER) die hieruit volgde hebben wij op het moment dat de ontwerpbeschikking ter inzage lag ingebracht bij de gemeente. De CHER is ook bij dit beroepschrift gevoegd. De

aanbevelingen uit dit onafhankelijk rapport onderschrijven wij volledig en zijn een duidelijke onderbouwing van onze bezwaren tegen de plannen.

Het is teleurstellend om vast te moeten stellen dat de gemeentelijke reactie op onze zienswijze en de CHER niet overtuigend ingaat op de geformuleerde argumenten en aanbevelingen. Gelijk de van 2 september 2015 daterende gemeentelijke motivatie voor het afwijken van het negatieve RCE advies, wordt gesteld dat:

Alles overwegende [stemt het college], ondanks het verlies van (bouw)historische waarden van de geluidstudio, in […] met de herbouw van de geluidsstudio omdat de stedenbouwkundige en architectonische hoedanigheid behouden blijft en daarmee het omroepverleden van het voormalige KRO-studiogebouw ervaarbaar blijft…] De geluidstudio wordt qua positionering, vorm, goot- en bouwhoogten herbouwd. Door de realisatie van een ondergrondse parkeergarage ontstaat bovengronds een groene omgeving, passend in het villagebied. […]Conform de aanbeveling CHER wordt herbouwd door middel van een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie van de footprint, de huidige contour en massa. Het historische materiaalgebruik[…] maakt onderdeel uit van de herbouw.”

Er is echter geen sprake van herbouw en daaruit volgend ook niet van een behoud van de stedenbouwkundige en architectonische hoedanigheid. Na de sloop van de rijksmonumentale studio wordt op een verdiepte parkeergarage een nieuwbouw van appartementen gerealiseerd, die het volume van de studio slecht(s) tracht te benaderen. Dat dit conform aanbeveling uit de CHER is berust op een verkeerde interpretatie van deze rapportage.

Ook het argument voor de onafwendbaarheid van sloop bevat een cruciale misvatting:

“De sloop van studio 1 is onafwendbaar gebleken. Uit inventarisatie is gebleken dat er betrekkelijk weinig historisch metselwerk meer aanwezig is, zodat ook met behoud van de studio grote delen van het gebouw vernieuwd zullen worden.”

Naast dat de CHER aantoont dat sloop juist niet onafwendbaar is, kan een motivatie dat grote delen van een rijksmonument vernieuwd moeten worden, niet een sloop motiveren. Deze vernieuwende argumentatie zou een grote precedentwerking tot gevolg hebben, niet alleen in Hilversum, maar in heel Nederland.

Wij kunnen niet anders dan concluderen dat er geen sprake is van een overtuigende motivering om over te gaan tot de sloop van de rijksmonumentale studio en de aantasting van de omgeving van het te behouden gedeelte van het rijksmonument, gelegen in een historische villawijk. De gemeente blijft vasthouden aan haar (magere) argumentatie en schuift de bevindingen van het Monumenten Advies Bureau terzijde met behulp van argumenten die reeds eerder zijn gebruikt.

De gezamenlijke erfgoedverenigingen de Hilversumse Historische Kring Albertus Perk, de Erfgoedvereniging Bond Heemschut en de Stichting het Cuypersgenootschap verzoeken u om ons beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen.

Wij behouden ons het recht voor om nadere stukken in te dienen.

Hilversumse Historische Kring Albertus Perk,
Erfgoedvereniging Bond Heemschut,
Stichting het Cuypersgenootschap,

Namens deze:

Drs. H.B.M. Meddens, Drs. E. van den Berg,
secretaris HHK Albertus Perk voorzitter HHK Albertus Perk
Lindenheuvel 12A, Dalweg 3,

1217 JX Hilversum ` 1217 HX Hilversum

Bijlagen:

  • 1. Zienswijze van de erfgoedverenigingen van 9 november 2015
  • 2. Advies Rijksdienst Cultureel Erfgoed inzake de plannen
  • 3. Cultuurhistorische effectrapportage, Monumenten Advies Bureau 2015
  • 4. Verslagen Commissie voor Welstand en Monumenten
  • 5. Besluit van B&W + gemeentelijke Zienswijzennota
  • 6. Machtigingen van de Erfgoedvereniging Bond Heemschut en de Stichting het Cuypersgenootschap voor tekeningsbevoegdheid namens hen door de secretaris HHK ‘Albertus Perk’
Share